Trainingen

Agression Replacement Training (ART)

Op het OPDC van Samenwerkingsverband Rivierenland wordt twee keer per week Aggression Replacement Training (ART) aangeboden aan de leerlingen. Alle medewerkers van het OPDC zijn getraind in deze werkwijze en er wordt ook buiten de trainingsmomenten aandacht besteed aan deze werkwijze.  

Wat is de ART-training precies?

ART is een intensieve, uitgebreide en gestructureerde training welke gericht is op het verminderen van agressief gedrag en het aanleren van nieuw gedrag en vaardigheden bij jongeren. Deze vaardigheden (skills) worden jongeren aangeleerd via modeling (de vaardigheid wordt gedemonstreerd), gedragsoefening (imitatie van het gedemonstreerde gedrag), sociale bekrachtiging (uitvoering van de vaardigheid gaat gepaard met positieve terugkoppeling) en transfer-training (door de modeling, gedragsoefening en bekrachtiging zal de jongere het nieuw verworven gedrag ook gaan toepassen in zijn dagelijkse leven).

Waarom zou deze training, als zoveelste interventie wel werken?

De ART-training is een wetenschappelijk onderbouwde methode die is onderzocht en getoetst in Amerika. Effectmeting is bewezen. De Agression Replacement Training is ontwikkeld door Goldstein, Glick en Gibbs. Deze evidence-based training mag zich een officiële erkende training noemen die “werkt”! Deze training wordt op dit moment in Nederland onderzocht en getoetst en eventueel afgestemd op de Nederlandse situatie en problematiek.

Waar richt de training zich eigenlijk op?

In feite zijn alle eigenschappen in de mens aanwezig, alleen zijn sommige aspecten nog niet gestimuleerd of verder ontwikkeld. Jongeren zijn best gemotiveerd om zichzelf te beoordelen en te sturen, alleen missen zij vaak de vaardigheden en de controle om dit ook daadwerkelijk te doen, met name over hun boosheid. Deze training is gebaseerd op de aanname dat jongeren door een aantal vervormingen in hun denken, agressief en sociaal niet geaccepteerd gedrag vertonen. Deze vervormingen zijn terug te vinden in interpersoonlijke, sociale en cognitieve vaardigheden, de impulscontrole, het kritisch en moreel redeneren.

Wat is het doel van de ART-training?

De jongeren leren nieuw gedrag en vaardigheden aan. In de training leren zij zich op een effectieve, sociaalvaardige manier te uiten, problemen op te lossen, zich te verplaatsen in anderen en dieper na te denken/bewust te worden en hun impulsen beter te reguleren en te kanaliseren.

Het programma is ontwikkeld uit 3 belangrijke componenten:

1. Sociale/interpersoonlijke vaardigheidstraining (Social Skills Training)

2. Boosheids Controle Training (Anger Control Training)

3. Moreel redeneren (Moral Reasoning Training)

1. Sociale/interpersoonlijke vaardigheidstraining (Social Skills Training)

Om zich weerbaarder en effectiever te gedragen zullen jongeren nieuw gedrag moeten aanleren. Vaardigheden die ze niet in huis hebben worden op een systematische manier aangeleerd. Voorbeelden van zowel positief als negatief gedrag zijn op videofragmenten te zien. Er wordt gebruik gemaakt van eigen situaties van jongeren om deze vaardigheden goed te oefenen en te linken aan hun persoonlijk leven. Voorbeelden van vaardigheden zijn: je beklagen, iets bespreken en omgaan met groepsdruk.

 

2. Boosheids Controle Training (Anger Control Training)

De tweede component van ART is ontwikkeld door Feindler en zijn onderzoeksgroep op de Adelphi Universiteit in de USA. De sociale vaardigheidscomponent, zoals hierboven beschreven, leert jongeren hoe ze effectief kunnen handelen in plaats van reageren met agressie. Deze tweede, emotioneel georiënteerde component leert hen ook wat ze niet moeten doen. Het doel is de zelfcontrole te verbeteren en de agressie te reduceren of te managen. Door het leren onderkennen van onderstaande keten krijgen zij handvaten aangereikt en wordt hen geleerd op een andere manier te reageren:

training1 

3. Training moreel redeneren (Moral Reasoning Training)

Dit is de derde trainingscomponent, ofwel interventie van de ART. Als deelnemers sociale vaardigheden geleerd hebben en voldoende vaardigheden in huis hebben om impulsief gedrag systematisch te verminderen en controle te hebben over hun agressie, dan is het de vraag of ze deze vaardigheden ook werkelijk gebruiken. Met andere woorden: passen agressieve, niet sociaalvaardige en destructieve jongeren werkelijk de nieuw aangeleerde kennis en vaardigheden toe? Om deze vraag te beantwoorden komen we in het rijk van de morele waarden. Als er ‘hogere’ waarden en normen zijn, wordt er beter gebruik gemaakt van bovengenoemde vaardigheden. Verschillende onderzoeken, zoals die van Gordon, Zimmerman en Kohlberg tonen dit aan.

training2

De training moreel redeneren bevordert de ontwikkeling van sociaal moreel redeneren door bijeenkomsten te organiseren waar sociale beslissingen genomen worden. Het doel is om de morele cognitieve ontwikkeling te bevorderen waardoor jongeren meer volwassen beslissingen zullen nemen in voorkomende sociale situaties. In elke bijeenkomst wordt een probleemsituatie voorgelegd, waar de jongere zich mee kan identificeren. Vragen worden gesteld over deze situatie om onderzoek naar de cognitieve vervormingen te bevorderen. Implicaties met betrekking tot morele waarden worden hierdoor naar voren gebracht. Zoals: je aan je woord houden, de waarheid vertellen, anderen helpen, niet stelen, je aan de wet houden of wetsovertreders laten straffen. De groepsdiscussie kan plaats vinden aan de hand van sociaal-morele dilemma's of probleemsituaties met als doel het stimuleren van nieuwe perspectieven. De deelnemers moeten hun beslissingen onderbouwen.