Vanaf 1 augustus 2014 moet het VO voor elke leerling die extra ondersteuning nodig heeft, met middelen vanuit het SWV, een OPP opstellen. Dit OPP moet binnen 6 weken na definitieve plaatsing van de leerling vastgesteld zijn en jaarlijks geëvalueerd worden. Daarnaast moet het OPP door het bevoegd gezag ondertekend worden, het ondertekenen door ouders en leerling is niet verplicht maar wel wenselijk. De verplichte onderdelen van het OPP zijn;
de te verwachten uitstroombestemming en de onderbouwing hiervan.
de afwijkingen van het reguliere onderwijsprogramma.
de te bieden begeleiding en ondersteuning.
De onderbouwing van de te verwachten uitstroombestemming bevat in elk geval de belemmerende en de bevorderende factoren die van invloed zijn op het onderwijsproces. In het Basisregister Onderwijs (BRON) moeten VO scholen aangeven wanneer een leerling een OPP heeft. Voor meer informatie over de eisen van een OPP, de wetgeving en de wettelijke verplichting zie 'Handreiking OPP in het voorgezet (speciaal) onderwijs' van het Steunpunt Passend Onderwijs VO of www.passendonderwijs.nl.